header image
Home arrow Databank arrow Teksten arrow Wingene door de eeuwen heen!
Wingene door de eeuwen heen! PDF Print

De Beiaard - Aankondigingsblad Verschijnt elken Zaterdag.
5de jaargang
Nr 51
Zaterdag 17 December 1949
Drukker-Uitgever: A.Anseeuw, Wingene. Tel. 3.

Wingene door de eeuwen heen!

Vrijdag-avond hebben we waarlijk een echt-genoegelijke avond beleefd. Het was namelijk de voordracht-avond waarop dhr Apotheker Jules Fraeyman ons vergastte op de geschiedenis van de twee schuttersgilden van Wingene, St-Sebastiaan en St-Joris.

Het ontstaan van de gilden in 1534. Keizer Karel gaf er de toelating toe aan den Here Hugo van Gramez, here van Wingene te dien tijde. Het kasteel van dien heer was gelegen, daar waar nu de hofstede is van Omer Danneels.

Het reglement der gilden van dien tijd werd ons voorgelezen. Alles was daarin voorzien ... en alle overtredingen werden met een boete gestraft. De aanwezigen hebben met sommige artikelen eens hartelijk kunnen lachen. Nu vinden wij dat zo aardig. Maar  te dien tijde waren de leden van de schuttersgilden de notabelen van de gemeente. Deze gaven den toon aan in manieren en beleefdheid. Als er dan minderen in de gilde opgenomen werden, konden zij schone manieren leren achter de oudere gildebroeders. En zo zien we stilaan de beschaving een stapje vooruit gaan. Want we mogen niet vergeten, dat voor 400 jaar er van beschaving, zoals we ze nu kennen, geen sprake was.

Een “midden” stand, dus een klasse die staat tussen rijke lieden en werklieden, bestond niet. De meeste mensen waren ongeletterd. Er bestond geen ander vervoermiddel dan paard en wagen. De mensen die 10 uren ver van hun geboorteplaats geweest waren, was een zeldzaamheid. We moeten ons eens goed die toestand indenken en dan kunnen wij veel van die artikelen begrijpen, die we nu belachelijk vinden.

Dat alles daar zo ernstig opgenomen werd, dat de toelating tot oprichten van den Keizer moest komen, hoe is dat mogelijk? Wel dat is ook eenvoudig uit te leggen. In die jaren was de voet- en handboog het grote oorlogswapen (voetboog = kruisboog). In de steden waren de schuttersgilden dan ook een soort militair garnizoen.

Ze werden opgeroepen om te strijden in de oorlogen tegen de Fransen of tegen andere indringers. Ze stonden in dienst van den Keizer. Daarom dus dat de Keizer ook het octrooi schonk. De leden van die gilden mochten langs den openbarenweg drager zijn van boog en pijlen, om naar de prijskampen te gaan. Wingene mocht gaan tot Parijs!

In het jaar 1734 vierde de Wingense gilde haar 200-jarig jubilé. In 1784 had alhier een luisterlijk beschrijf plaats. Dan kwam de Franse overheersing en de gilden werden afgeschaft in 1796. Acht Jaar daarna mochten ze wederom heropgericht worden.

Elk jaar werden hier of daar grote schutterstornooien ingericht. Al de gilden van de streek werden uitgenodigd om te gaan prijsschieten. Doch deze toniooien gingen met groten luister gepaard. De gilden die er aan deelnamen, trokken er naar toe gekostumeerd en met praalwagens. Elke groep werd voorgesteld en defileerde voor de eretribune.

Aan de mooiste groep werd een eremetaal toegekend. Zo was het te Oostkamp te doen in ‘t jaar 1827. Wingene trok er naartoe ... en werd bekroond met den eersten prijs voor het “scoonste incommen”, voor Brugge en, Oostende ... ! Ge moet niet vragen hoe onze Wingense gildebroeders die overwinning gevierd hebben!

Tot aan den eersten wereldoorlog heeft de St-Sebastiaangilde hier bestaan. De perse stond in de weide van het lokaal “De Keizer”, waar nu ons Gemeentehuis is. Van al de “souvenirs” van vóór dien tijd is er weinig of niets overgebleven. Noch vaandel, noch zilveren schakels, noch “gaayen van eeren” ... alles is met den tijd verdwenen.

Het is te danken aan dhr Apotheker Jules Fraeyman en ook wel aan Eerw. Heer Raes, dat we nu nog het een en het ander hierover konden vernemen. Deze twee personen hebben reeds veel bijzonderheden over onze Wingense voorvaderen in oude archieven gevonden en alles zorgvuldig opgetekend.

Het ware voor ons, Wingenaren, en voor de komende Wingenaren, een schone zaak, indien er eens een boek kon samengesteld en uitgegeven worden, waarin alles vermeld wordt wat tot nu toe in oude archieven gevonden werd.

In Beernem is nu onlangs een boek verschenen, getiteld “Beernem”. Daarin komen voor: de gemeente geschiedenis van Beernem. Een heemkundige studie, waarin al de onderdelen van de heemkunde of kennis van de eigen streek met zorg en methode werden bestudeerd en uitgepluisd en vastgelegd in een vlotte taal. Dit boek beslaat 325 blz. en werd samengesteld door dhr Alfons Ryserhove uit Knesselare. Dezelfde persoon van wien wij in “De Beiaard” reeds enkele verhalen lieten verschijnen, onder andere “De bende van Wildemeersch”, “Zuiderstorm”, enz. In zijn studie over Beernem worden, achtereenvolgens behandeld: het aardrijkskundig overzicht, de geschiedenis van de kastelen, het kerkelijk Beernem, met de lijst der pastoors, het kerkhof, de veldkapellen, het klooster, het St-Amandsgesticht. Daarna komt het burgerlijk Beernem met de lijst der burgemeesters, de oude heerlijkheden, het wapen, de hoeven, de molens, de herbergen, de landbouw- en veeteelt, het onderwijs. enz.

Over Knesselare is van zelfde schrijver ook reeds een boek verschenen en wellicht komt er nog een over St-Joris.

We weten dat dhr Apotheker Fraeyman en E.H. Raes over zeer vele gegevens en documenten beschikken. Dat ze nog hedendaags hun onverpoosde opzoekingen voortzetten en optekenen, alles wat ze vinden over Wingene. We hopen, en zeer vele Wingenaren met ons, dat ook eens het boek “Wingene” zal geboren worden. Het boek dat ons Wingene zal leren kennen van vóór vele eeuwen en dat zal kunnen bewaard blijven voor het komend nageslacht. Dit wensen wij van harte!